Datum Woensdag 7 oktober 2026
Docent Arjo Roorda
Blok Blok 1: Ecologie en ecosystemen (les 6)
Onderwerp Basiskwaliteit natuur en biodiversiteit
Boek Deel 4, paragraaf 4.2 Biodiversiteit
Volgende les 14 oktober: voedselrelaties, voedselketens en voedselwebben

Wat is basiskwaliteit natuur?

Basiskwaliteit Natuur (BKN) is het minimale niveau van natuurkwaliteit dat nodig is om algemene soorten algemeen te houden, ook buiten natuurgebieden. Voorbeelden van algemene soorten: huismus, egel, gewone pad, bruin zandoogje, kleine watersalamander.

  • Het begrip is in 2018 gelanceerd en daarna uitgewerkt door onder andere Naturalis, SoortenNL, Sovon, Vogelbescherming en het Deltaplan Biodiversiteitsherstel.
  • Rijk en provincies hebben het opgenomen in het Programma Natuur. Spoor 2 (2021 tot 2050) gaat over basiskwaliteit natuur in de hele samenleving.
  • De Groene Bondgenoten (o.a. IVN, Vogelbescherming, SoortenNL, KNNV, LandschappenNL en de Natuur en Milieufederaties) willen dat vrijwilligers elkaar vinden en samen werken aan BKN in hun eigen omgeving.

Waarom BKN?

  • De biodiversiteit in Nederland staat onder druk en haar kwaliteit vermindert. Steeds meer soorten nemen af en verdwijnen uit gebieden. Dat geldt niet alleen voor Rode Lijstsoorten, maar ook voor algemene soorten.
  • Natuurbeleid richtte zich lang op beschermen, inrichten en beheren van natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland).
  • Door versnippering, vermesting en verdroging van omliggende gebieden is het lastig om de kwaliteit binnen de natuurgebieden op peil te houden.
  • Slide met scenario’s tot 2100: doorgaan op oude voet leidt tot verdere achteruitgang. Alleen acties voor natuurbehoud is niet genoeg. Pas duurzamere productie en consumptie erbij laat de lijn weer omhoog buigen.

Wat is “algemeen”? Shifting baseline

  • Wat we normaal vinden, verschuift per generatie: de shifting baseline.
  • Het referentiepunt is de periode na de grote ontginningen maar voor de moderne grootschalige landbouw. Dus niet 1950, maar 1970 tot 1990.
  • Voor soorten die profiteren van klimaatopwarming is een recentere periode logischer.
  • Voorbeeld op de slide: de broedvogeltrend van de huismus, die van 1984 tot ongeveer 2004 sterk daalde en daarna laag bleef.
  • Leestip van de docent: Natuuramnesie. Hoe we vergeten zijn hoe de natuur er vroeger uitzag (Marc Argeloo).

Drie lagen: basiskwaliteit voor natuur

Laag Gaat over
1. Abiotisch milieu kwaliteit van bodem, water en lucht; geomorfologie en ecohydrologie
2. Inrichting van het landschap welke natuurelementen, gewassen, bosopstanden en bebouwing er zijn, en hoeveel
3. Beheer en gebruik van het landschap bosbeheer, natuurbeheer, bos- en landschapsonderhoud, beheer van bermen en watergangen, economisch gebruik (bosbouw, landbouw, visserij), recreatie

Dit komt overeen met twee sporen: basiskwaliteit voor natuur (de condities) en basiskwaliteit van natuur (de soorten als graadmeter, de meetsoorten).

Het overzicht: rijk, basis, arm

Niveau Wat Aanpak Hoe meten
Rijke natuur natuurgebieden, speciale habitats en condities natuurherstel en ontwikkeling, met focus op speciale soorten en habitats condities (kort termijn), soorten en habitats (lange termijn)
Basiskwaliteit natuur natuur buiten natuurgebieden natuurherstel met focus op de basiscondities condities BKN, algemene soorten
Natuurarmoede (onder de natuurarmoedegrens) gebied waar de basis ontbreekt noodmaatregelen: de “voedselbank” met nestkasten, bijvoeren en kleine aanpassingen o.a. stikstof, waterkwaliteit, staat van de natuur (LPI, Nationaal Dashboard Biodiversiteit)

Meetsoorten

  • SoortenNL stelde een lijst op van 707 soorten uit 17 soortgroepen, gekozen omdat vrijwilligers ze goed kunnen herkennen.
  • Drie categorieën: basis-soorten (horen bij goede basiskwaliteit), plus-soorten (wijzen op bijzondere kwaliteit) en generalisten (bijna overal; zie je ze niet, dan is er waarschijnlijk niet goed gekeken).
  • Een soort die je verwacht maar mist, vertelt iets over wat er in het gebied ontbreekt.

Wat kunnen we ermee als gids?

Zie mijn eigen uitwerking: Basiskwaliteit Natuur als kader voor je adoptiegebied, met stappenplan en tips. Kort:

  • Gebruik BKN als vaste meetlat voor het adoptiegebied (10 tot 30 bezoeken door vier seizoenen): verwachte soortenlijst, nulmeting, vaste meetpunten, vergelijken verwacht tegenover aangetroffen.
  • BKN past het best bij plekken waar natuur niet de hoofdfunctie is: tuin, park, berm, oever, begraafplaats.
  • Voor de mini-excursie: laat deelnemers zoeken naar een paar meetsoorten en raden welke verwachte soort ontbreekt en waarom. Zo voel je het verschil tussen “mooi groen” en “goede natuurkwaliteit”.
  • Zeg bij ontbrekende soorten “niet aangetroffen”, niet “afwezig”.

Natuurmoment: de heksensteen

  • Een heksensteen is een steen met een natuurlijk gat erdoor. Je vindt ze vaak in beken, rivieren en langs de kust.
  • Het gat ontstaat meestal door water en erosie, soms door boorgaatjes van organismen. Bij het bekijken van de steen vraag je je af: welk gesteente is het, hoe hard of zacht, en hoe is het gat gevormd?
  • In het volksgeloof (Engels: hag stone) beschermt zo’n steen tegen heksen en kwade geesten. Je hing hem aan een deur of stal, of droeg hem bij je.
  • Gidstip: laat deelnemers de steen voelen, bekijken en erover nadenken voordat je het verhaal vertelt.

Vijf-minutenpraatje: de paardenbloem

   
Wetenschappelijke naam Taraxacum officinale
Familie composieten (de grootste familie bloemplanten)
Wortel diepe penwortel, met reservevoedsel (zetmeel) voor snelle groei in het voorjaar
Melksap wit melksap in de vaten
Verspreiding vruchtjes met pluis, verspreiding door de wind
Overleving bladrozet plat tegen de grond is weinig gevoelig voor kou en betreding

Meer over de paardenbloem:

  • Door de diepe wortel haalt de plant water en voedingsstoffen uit diepere lagen en maakt hij de bodem losser. Daar profiteren andere planten van.
  • De bladeren bevatten veel vitamine C. Vroeger werden ze gegeten tegen scheurbuik, bijvoorbeeld op zee.
  • De soortnaam officinale betekent “van de apotheek”. Hij werd gebruikt voor lever, spijsvertering en als plasdrijvend middel.
  • Bladeren en bloemen zijn eetbaar. Een eerste voorjaarsbron van nectar en stuifmeel voor bijen en zweefvliegen.

Zie ook het IVN-boek: deel 2 Planten (penwortel, melksap, composieten) en deel 4 (eten uit het bos met kinderen).

Kernbegrippen

Begrip In één zin
Basiskwaliteit natuur (BKN) minimale natuurkwaliteit om algemene soorten algemeen te houden
Shifting baseline wat we als normaal beschouwen verschuift per generatie
Meetsoort soort die als graadmeter dient voor de kwaliteit van een gebied
Basis-soort / plus-soort / generalist de drie categorieën in de BKN-soortenlijst
Natuurarmoedegrens grens waaronder alleen nog noodmaatregelen helpen
Versnippering, vermesting, verdroging drie belangrijke drukfactoren op de natuur

Gidstips: laten zien in het veld

  • Huismus of gewone pad: begin met “Wat is algemeen?” en vraag wanneer je ze voor het laatst zag.
  • Paardenbloem in het voorjaar: taaie overlever, voedsel voor insecten en eetbaar.
  • Heksensteen in beek of op het strand: laat voelen en raden voordat je het verhaal vertelt.

Verslag van de avond

Het natuurmoment en het vijf-minutenpraatje staan in het verslag van deze avond.