Stadsexcursie 's-Hertogenbosch: korstmossen, een iep en een plataan met esdoornblad

EcologiePlantenPaddenstoelenVogelsGidsvaardigheden

Vandaag was de tweede excursie van de opleiding: een stadsexcursie door ‘s-Hertogenbosch, met Ferd Sauter als gids. We startten bij het centraal station. Het was leuk om door de loep naar de mossen te kijken, en een mooie stad met een mooie integratie met de natuur.

   
Datum Zaterdag 10 oktober 2026
Locatie ’s-Hertogenbosch, vanaf het centraal station
Blok Blok 1: Ecologie en ecosystemen
Gids Ferd Sauter

Muren vol leven

Op de oude muren in de stad zagen we hoeveel er groeit, juist op een plek waar je het niet verwacht.

  • Klein glaskruid groeit op rotsachtige muren, en ook de muurvaren komt op muren voor. De muurvaren houdt niet van zon en groeit daarom aan de andere kant van de muur dan waar de zon staat.
  • Korstmossen: er zitten er volgens mijn aantekeningen 83 op de muren. We keken er met de loep naar, onder andere naar citroenkorstmos. Door de loep kon je ook goed zien hoe vochtig zo’n mos eruitziet. Daarnaast bekeken we de schotels van een oranje dooiermos (waarschijnlijk het groot dooiermos, Xanthoria parietina). Die schotels zijn de vruchtlichamen (apothecia): oranje schijfjes met een gele rand, als kleine jamtaartjes. Hierin zitten de sporen van de schimmel, in kleine zakjes. Zijn de sporen rijp, dan worden ze uit de schotel geschoten en verspreid door de lucht. Een spore is alleen de schimmel: pas als hij landt op een plek waar hij een geschikte alg tegenkomt, kan hij uitgroeien tot een nieuw korstmos. Dat is een mooie link met de symbiose uit de eerste les. Korstmossen reageren sterk op de stikstofbelasting en zijn daarom goede indicatoren voor de luchtkwaliteit. Veel soorten verdwijnen bij veel stikstof, maar het groot dooiermos profiteert er juist van en komt steeds meer voor. Dat sluit aan bij de les over basiskwaliteit natuur: korstmossen staan ook op de lijst met meetsoorten.
  • Kaasjeskruid. Er werd ons verteld dat de vruchtjes op edamame lijken. Ik vond dat niet direct heel duidelijk te zien. De vruchtjes zijn platte, ronde “kaasjes” die uit segmenten bestaan, en dat geeft de plant zijn naam.

Bomen in de stad

Veel van de excursie ging over bomen:

  • Witte esdoorn. Amerikaanse soorten hebben veel rood in de herfstkleur. Op een witte esdoorn zat de esdoornmijt (galmijt).
  • Iep. Het bladvoet is scheef (asymmetrisch), een goed herkenningskenmerk. We hoorden over de iepziekte: een schimmel die door een kever wordt verspreid. De schimmel kwam via de houthandel naar Nederland.
  • Plataan. Het blad lijkt op dat van een esdoorn, maar het is het niet. De naam Platanus acerifolia (tegenwoordig vaak geschreven als Platanus × hispanica) komt van het Latijnse acer (esdoorn) en folium (blad): letterlijk “plataan met het blad van een esdoorn”. In het Nederlands heet hij ook wel de esdoornbladige plataan.
  • Valse christusdoorn. Een boom met enorme doorns, al worden er in de stad exemplaren zonder doorns aangeplant.
  • Tulpenboom. Het blad heeft een vorm die op een tulp lijkt.
  • Sequoia. Een mammoetboom met een zachte schors en volgens de gids de hoogste boom van Den Bosch, naar ik meen ongeveer 34 meter.
  • Kaukasische vleugelnoot, linde (met vuurwantsen erop) en hulst.
  • Beuk. Als een plant denkt dat hij dood gaat, maakt hij heel veel zaad. Door de droogte had deze beuk nu extreem veel beukennootjes.
  • Tonderzwam. Deze zwam (Fomes fomentarius) groeit als een hoefvormige console op een boom. Het droge vruchtlichaam brandt heel langzaam en smeult urenlang door, daarom werd het vroeger gebruikt als tondel om vuur te maken en te vervoeren. Je sloeg met een stuk vuursteen en staal vonken op de droge zwam, en die vonk blies je aan tot een gloeiend knoopje, dat je daarna in droog gras of ander brandbaar materiaal naar een vlam bracht. De zwam werd bewaard in een tondeldoos. Tondeldozen raakten in onbruik toen er lucifers kwamen.

Water en de Dommel

Bij de vispassage zat een reiger te vissen. Een veerpontje geeft aansluiting op het Bossche Broek. We hoorden hoe het Drongelens Kanaal is gegraven, waardoor Den Bosch droger bleef bij hoogwater, en iets over het sluiten van gebieden bij Beers en de Maas.

Langs de Dommel zagen we de lange ereprijs, een vrij zeldzame soort met mooie blauwe bloemen. Verder groeiden daar koninginnenkruid en lisdodde, planten die van water houden.

C3- en C4-planten

Afrikaantje en hanenpoot (een neofiet: een nieuwe soort uit het Middellandse Zeegebied) leidden tot een gesprek over C3- en C4-planten. Het gaat om twee manieren van fotosynthese, waarbij een plant met licht CO2 en water omzet in suiker en zuurstof. Het verschil zit in de eerste stap: hoe de plant CO2 (koolstofdioxide) vastlegt.

  • C3-planten leggen CO2 direct vast, en het eerste product is een verbinding met drie koolstofatomen (vandaar C3). De meeste planten werken zo, ook de meeste bomen en wilde planten. Het nadeel: het enzym dat CO2 vastlegt, pakt soms ook zuurstof. Dat gebeurt vooral op warme, droge dagen. De plant sluit dan zijn huidmondjes om water te besparen, waardoor er minder CO2 in het blad zit, en dat kost energie.
  • C4-planten leggen CO2 eerst vast in een verbinding met vier koolstofatomen (vandaar C4) en geven die daarna door naar een plek in het blad waar de CO2-concentratie veel hoger is. Zo gaat er weinig verloren, ook als de huidmondjes grotendeels dicht zijn. Dat werkt goed bij warmte, veel licht en droogte, en met weinig water. Maïs is een bekende C4-plant.
  • Tijdens de excursie hoorden we dat C4-planten later in het jaar groeien en dan tussen de C3-planten door komen.

Tijdens de excursie was dit kort. De uitleg over het verschil tussen C3 en C4 heb ik achteraf aangevuld.

Vogels

We zagen onder andere de reiger, houtduif, stadsduif, waterhoen, meerkoet, wilde eend, aalschover, buizerd, zilvermeeuw, soepgans en fuut.

Gemeente en beleid: goed bedoeld, maar wat haalt het uit?

Ook het onderwerp gemeente en beleid kwam aan bod. We zagen een boom in een bak, bedoeld om meer natuur in de stad te brengen. Maar het was een zielig boompje, en dat vond ik een mooi voorbeeld van goed bedoeld beleid waarvan je je afvraagt wat het uithaalt: zo’n boom kan zichzelf niet bewateren. Een boom heeft ruimte, bodem en water nodig. Dit sluit aan bij de laag “inrichting van het landschap” uit de BKN-les.

Observaties over de gids

  • Hij sloot de excursie af op een plek net voor waar we excursie begon
  • Hij had materiaal mee om te laten zien.
  • Een luide stem, goed te verstaan in de drukke stad.
  • Niet heel speels met het publiek: vooral vertellen.

Terugblik

Een stad is ook natuur, en met een loep zie je het meteen. Ik neem mee dat je met weinig materiaal veel kunt laten zien: een loep, een blad, een tonderzwam. Voor mijn eigen excursies neem ik over: afsluiten voor het moment dat je echt afscheid neemt en materiaal meenemen om te laten zien.