Datum Woensdag 30 september 2026
Docent Giel Jacobs
Blok Blok 1: Ecologie en ecosystemen (les 5)
Boek Deel 4, hoofdstuk 1: Relaties tussen en binnen de soorten
Volgende les 14 oktober: voedselrelaties, voedselketens en voedselwebben

Wat is ecologie?

Het woord ecologie komt van de Duitse bioloog Ernst Haeckel (1866). Het is een samentrekking van de Griekse woorden oikos (huishouding) en logos (studie). Ecologie bestudeert:

  • de interacties tussen organismen onderling;
  • de interacties tussen organismen en de levenloze (abiotische) natuur;
  • die interacties op verschillende organisatieniveaus.

Kort gezegd gaat ecologie over de samenhang in de natuur: alles staat met elkaar in verbinding.

Organisatieniveaus

Van klein naar groot:

  1. Organisme: één individu
  2. Populatie: alle individuen van één soort in een gebied
  3. Levensgemeenschap: alle populaties van verschillende soorten in een gebied
  4. Ecosysteem: de levensgemeenschap samen met de abiotische omgeving
  5. Biosfeer: het systeem aarde

Organisme

Abiotische en biotische factoren

Een organisme wordt beïnvloed door biotische factoren (andere levende wezens) en abiotische factoren (de levenloze omgeving).

Planten Dieren
bodem, temperatuur, licht, wind, CO₂, water, mineralen zuurstof, water, temperatuur

Tolerantie

Elk organisme heeft een tolerantiegebied voor een factor zoals temperatuur of vocht. Binnen dat gebied kan het leven, daarbuiten niet.

  • Fysiologisch optimum: de waarde van een factor waarbij een organisme het best functioneert.
  • Limiterende hulpbron: de factor die het meest tekortschiet, bepaalt hoe goed een organisme kan groeien. Er is altijd één factor die de groei begrenst, ook als de rest ruim voorradig is.

Populatie

Een populatie is een groep individuen van dezelfde soort die in een bepaald gebied leven en zich met elkaar kunnen voortplanten.

Relaties binnen de soort

  • Concurrentie (competitie): individuen willen iets wat beperkt voorradig is, zoals voedsel, een partner, een nestplaats of ruimte en licht. Bij dieren leidt dit vaak tot territoriumgedrag. Een territorium bespaart energie, omdat je soortgenoten niet steeds opnieuw hoeft te verjagen. Vogels markeren hun grens met zang, en vechtende roodborsten zijn een mooi voorbeeld.
  • Coöperatie: samenwerking binnen de soort, bijvoorbeeld voor bescherming (koloniebroeders), taakverdeling (bijen, mieren) of samen jagen (dolfijnen). Koolmezen voeren hun jongen samen.
  • Voortplantingsrelaties: een voorbeeld uit het boek is de kemphaan. Op de baltsplaats zijn er territoriale mannetjes (84%), satellietmannetjes (16%) en een zeldzame “derde sekse” met een vrouwtjesverenkleed.
  • Genetische variatie: verschillen in DNA binnen één soort. Die zijn belangrijk voor ziekteresistentie, aanpassing aan het klimaat en evolutie.

Grootte van een populatie

De grootte hangt af van het geboortecijfer, het sterftecijfer en migratie (in- en uittrekken).

Draagkracht is het maximale aantal individuen van een soort dat in een habitat gezond kan blijven leven.

Uit het boek, over aantalsschommelingen:

  • Een predator-prooi-cyclus ontstaat zo: veel muizen leveren veel jonge uilen op, daarna worden de muizen schaars, daardoor zijn er minder uilen en kunnen de muizen zich herstellen.
  • Bij veranderde omstandigheden kan een soort zich aanpassen (adaptie) of wegtrekken (migratie). Een voorbeeld is de gehakkelde aurelia: tot 1980 kwam hij alleen in Brabant en Limburg voor, nu ook op de Waddeneilanden.
  • Invasieve exoten hebben hier (nog) geen natuurlijke regulatie, bijvoorbeeld de Japanse duizendknoop en het parelvederkruid.
  • Praktijkvoorbeeld: konijnen in de duinen. Rond 1990 waren ze er bijna verdwenen door bestrijding en ziekte. Daarna groeiden de duinen dicht met struiken. Op de Waddeneilanden, waar geen vos of bunzing leeft, komen ook zwarte en witte konijnen voor. Dat is een voorbeeld van adaptie.

Relaties tussen soorten

Symbiose

Symbiose is het langdurig samenleven van twee of meer organismen van verschillende soorten. Die samenleving is gunstig of zelfs noodzakelijk voor ten minste één van hen. De grenzen tussen de vormen zijn niet altijd scherp.

Vorm Notatie Betekenis Voorbeelden
Mutualisme +/+ beide soorten hebben voordeel korstmos (alg + schimmel), bij en bloem
Commensalisme +/0 de ene soort heeft voordeel, de andere geen nadeel korstmos op boomschors, vogels die meelopen met grazers
Parasitisme +/− de ene soort leeft ten koste van de andere sluipwesp, koekoek (broedparasiet)

Parasieten zijn belangrijk voor het reguleren van aantallen. Zonder parasieten is het risico op een plaag groter.

Concurrentie en predatie

  • Concurrentie tussen soorten gaat om leefgebied, voedsel en licht. De soort die het best is aangepast aan de omstandigheden op dat moment en die plek wint. Specialisatie vermindert concurrentie.
  • Predatie is het vangen, doden en opeten van een prooi van een andere soort. Predatoren vangen vooral jonge, zieke en zwakke dieren en houden zo de populatie gezond.

Ecosysteem

Een ecosysteem bestaat uit biotische en abiotische factoren die samenwerken. Het is geen stilstaand geheel maar dynamisch, met kringlopen. Abiotische factoren in een bos zijn bijvoorbeeld temperatuur, reliëf, licht, water en de samenstelling van de bodem.

Biotoop, habitat en niche

Begrip Betekenis Ezelsbruggetje
Biotoop Een bepaald type natuur waarin organismen leven, met eigen kenmerken (bijvoorbeeld een bos). Je bekijkt het los van één soort. de wijk
Habitat De specifieke plek binnen een biotoop waar een soort leeft en zich het meest thuis voelt (bijvoorbeeld een regenworm in de vochtige bosbodem). het adres
Niche De rol of functie van een soort in het ecosysteem: wat hij eet, door wie hij gegeten wordt, wanneer hij actief is. het beroep

Habitats kunnen heel specifiek zijn:

  • een vlinder die afhankelijk is van één nectarplant;
  • een paddenstoel die alleen groeit op oud, vochtig dood hout van één boomsoort;
  • een kever die alleen achter loshangende schors leeft;
  • het gentiaanblauwtje: eitjes alleen op klokjesgentiaan, de rups eet alleen ongeopende bloemen van die plant.

Speciale gevallen:

  • Rotsduif: zijn biotoop is de rotsachtige kust en zijn habitat een hoge, beschutte rotsspleet. Tegenwoordig gebruikt hij gebouwen als “pseudorots”. Zo komt de stadsduif aan zijn plek.
  • Amfibieën hebben een zomer- én een winterbiotoop nodig: water om zich voort te planten, land om te foerageren en een plek om in te graven voor de winterslaap. Ontbreekt een van beide, dan is er geen geschikte habitat.
  • Wolf: komt in veel verschillende biotopen voor, van toendra tot bos en gebergte. Hij is niet kieskeurig, zolang er genoeg prooi is en het gebied groot genoeg is.

Kernbegrippen

Begrip In één zin
Abiotisch levenloze omgevingsfactor (licht, water, bodem, temperatuur)
Biotisch factor die met levende organismen te maken heeft
Populatie individuen van één soort in één gebied die zich onderling voortplanten
Draagkracht maximaal aantal individuen dat een gebied gezond kan houden
Limiterende factor de hulpbron die het meest tekortschiet en de groei begrenst
Symbiose langdurig samenleven van verschillende soorten
Biotoop type leefomgeving (bos, heide, ven)
Habitat specifieke woonplek van een soort binnen een biotoop
Niche rol of functie van een soort in het ecosysteem

Gidstips: laten zien in het veld

  • Korstmos is mooi omdat je twee vormen van symbiose in één keer laat zien. Het korstmos zelf is mutualisme (alg + schimmel), en het korstmos op de boomschors is commensalisme.
  • Koekoek in het voorjaar: een verhaal over broedparasitisme dat iedereen aanspreekt.
  • Zingende roodborst in de herfst: hij zingt om zijn territorium af te bakenen, ook het vrouwtje.
  • Stadsduif bij een kerktoren: de stadsduif stamt af van de rotsduif. De stad is zijn vervangende biotoop (de rotskust) en de nis of richel hoog in de toren is zijn habitat (de rotsspleet).
  • Moseik: een exoot, dus geen boom die hier van oorsprong thuishoort. In de eikel met “rastakapsel” vonden we een pissebed: een mini-habitat. Neem een loep mee!

Verslag van de avond

Het vijf-minutenpraatje (boomvalk) en het natuurmoment (moseik) staan in het verslag van deze avond.